MORA metamodel

De MORA is één samenhangend architectuurmodel waarin de processen, informatieobjecten en applicaties in onderlinge samenhang zijn opgenomen. De MORA is gemodelleerd in de taal ArchiMate. In onderstaand metamodel wordt weergegeven welke concepten en relaties uit ArchiMate zijn toegepast in de MORA. Het MORA architectuurmodel is uit deze elementen opgebouwd.





   
   
   

Klik hier om het diagram te downloaden.



Beschrijving van objecten binnen de MORA


MORA-naam ArchiMate-naam en symbool Definitie Specifieke toepassing en voorbeelden
Proces Bedrijfsproces

Een samenhangende reeks activiteiten die leidt tot één of meerdere producten en/of diensten voor externe of interne gebruikers. Hoofdproces is een proces op het hoogste abstractieniveau.
  • Voorbeeld proces: Beoordelen examen
  • Voorbeeld hoofdproces: Verzorgen onderwijs
Informatieobject Bedrijfsobject

Een conceptueel object dat in een proces worden gemaakt of gebruikt. Een informatieobject is een weergave van een voor gebruikers herkenbare verzameling gegevens (zoals een bepaald soort document of dossier). Een bedrijfsobject is een conceptueel object dat in een proces wordt gemaakt of gebruikt. Een informatieobject is dus een specifiek soort bedrijfsobject. In de MORA zijn geen fysieke bedrijfsobjecten opgenomen.
  • Voorbeeld informatieobject: Zorgdossier
Applicatiecomponent Applicatiecomponent

Een afgebakende applicatiefunctionaliteit die modulair en vervangbaar is. Een applicatiecomponent is dus geen concrete applicatie, maar een aanduiding van een bepaald type applicatie. In de MORA is applicatiecomponent opgenomen voor alle gangbare typen applicaties die doorgaans in een school worden gebruik. Elk applicatiecomponent levert een of meer applicatieservices.
  • Voorbeeld applicatiecomponent: Extern portaal
Applicatieservice Applicatieservice

Een herkenbare service die door een applicatiecomponent wordt geleverd en in de processen worden gebruikt. In de MORA wordt elke applicatieservice geleverd door één applicatiecomponent.
  • Voorbeeld applicatieservice: Summatief resultaten beheer
Dataobject* Dataobject

Een set aan gegevens die wordt opgeslagen over een informatieobject. Een dataobject beschrijft welke gegevens er zijn, niet hoe ze technisch worden opgeslagen. In de MORA wordt een deel van informatieobjecten in een of meer dataobjecten uitgewerkt.
  • Voorbeeld dataobject: Studentidentiteit
Groepering Groepering

Geeft aan dat de objecten hierbinnen bij elkaar horen. In gebruik voor procesgebied en informatiegebied.
  • Dataobjecten zijn een nieuwe toevoeging aan de MORA. Deze zijn toegevoegd vanuit de MORA release 2.6 (voorjaar 2026).

Beschrijving van relaties binnen de MORA


MORA-naam Symbool ArchiMate-naam Definitie Specifieke toepassing
Aggregatierelatie

Tekst op pijl: “groepeert”

Aggregatierelatie Geeft aan dat een object bestaat uit een of meer andere objecten, waarbij de onderdelen ook bestaan zonder het verzamelobject. Kijkend naar het symbool van deze relatie wordt dit gelezen als links is een groepering van wat er rechts staat. In gebruik voor de relatie tussen:
  • hoofdproces en procesgebied
  • informatieobject en informatiegebied
  • dataobject en bovenliggend dataobject
Realisatierelatie

Tekst op pijl: “realiseert”

Realisatie relatie Geeft aan dat een object een rol speelt bij het creëren, bereiken, onderhouden of uitvoeren van een ander object . In gebruik voor de relatie tussen
  • dataobject en informatieobject
  • applicatiecomponent en applicatieservice
Gebruiksrelatie

Tekst op pijl: “ondersteunt"

Gebruiksrelatie

(Engels: Serving Relation)

Geeft aan dat een object een ander object ondersteunt. Specifiek: een applicatieservice ondersteunt een proces. In gebruik voor de relatie tussen applicatieservice en proces.
Toegangsrelatie

Tekst op pijl: “leest/schrijft”

Toegangsrelatie

(Engels: Access Relation)

Geeft aan dat een object een ander object kan benaderen en/of beïnvloeden.

Specifiek: een werkproces leest, creëert, wijzigt of verwijdert een informatieobject.

In gebruik voor de relatie tussen proces en informatieobject.
Triggerrelatie

Tekst op pijl: “triggert”

Triggerrelatie Geeft aan dat er een volgordelijke of oorzakelijke relatie is tussen objecten. In gebruik voor de relatie tussen opvolgende processen.
Stroomrelatie

Tekst op pijl: “koppelt met”

Stroomrelatie

(Engels: Flow Relation)

Geeft aan dat er een overdracht is van het ene object naar het andere object. Overdracht kan bijvoorbeeld de vorm aannemen van informatie of goederen. In gebruikt voor de relatie tussen applicatiecomponentkoppelingen, ter aanduiding van koppelvlakken.
Associatierelatie

Tekst op pijl: “relateert”

Associatierelatie Geeft aan dat een object gerelateerd is aan een ander object, zonder nadere specificering. In gebruik voor de relatie tussen:
  • alle objectsoorten
  • de stroomrelatie tussen applicatiecomponenten