TripleA:Scenario's

Het op een beheersbare wijze realiseren van flexibilisering van het onderwijs is een grote uitdaging. De complexiteit van de logistieke processen neemt fors toe bij het organiseren van flexibel onderwijs. Mede door de verhoogde complexiteit, is behoefte aan nieuwe oplossingen voor de onderwijslogistiek. Oplossingen waarbij de systeemondersteuning en de inrichting van de organisatie van een onderwijsinstelling hand in hand gaan.

De onderwijslogistiek wordt, zowel voor de systemen als de organisatie, sterk beïnvloed door de mate van flexibilisering die wordt nagestreefd. Om deze invloed inzichtelijk te maken is ervoor gekozen om te werken op basis van scenario's. Een bijkomend voordeel van het werken met scenario's is dat het abstracte beschrijvingen zijn van onderwijssituaties.

De scenario's zijn geen modelscholen, het zijn ook geen beschrijvingen van één of meerdere van de deelnemende onderwijsinstellingen. Eén onderwijsinstelling kan meerdere scenario's hanteren. En ongetwijfeld zijn er meer scenario's denkbaar dan de vier die hier gehanteerd worden. Een scenario is niet goed of slecht en het ene scenario is niet beter dan de andere. Het zijn denkmodellen.

Mate van flexibiliteit

Een scenario geeft een samenstel van logische keuzes weer op een aantal belangrijke onderwijslogistieke eenheden. Aan de drijfveren voor het samenstel van keuzes en wat wel en niet goed is, wagen wij ons niet. De scenario's die hier beschreven worden, zijn voortgekomen uit een analyse van experimenten, pilots, verschillende onderwijssoorten en behoefte van zes onderwijsinstellingen.

De scenario's zijn langs vier belangrijke onderwijslogisitieke elementen gedefinieerd:

  • schaal van organiseren
  • uitgangspunt voor het roosteren
  • gebruik van de onderwijscatalogus
  • flexibiliteit van middeleninzet

De onderwijsinstelling kan op deze vier elementen keuzes maken, in lijn met de gewenste mate van flexibilisering. Door middel van schuifjes kan op ieder element een positie bepaald worden. In onderstaande weergave wordt de positiebepaling aangegeven door middel van pijlen.

Scenarioskleurloos.jpg

De punten per element worden hieronder toegelicht.

Schaal van organiseren

De schaal van organiseren beschrijft de schaal waarin de onderwijsinstelling het logistieke deel van het onderwijs wil organiseren. Op deze schaal zijn vier punten gedefinieerd:

  • zelforganiserende teams,
  • kleinschalig per locatie,
  • per opleiding, branche of gebouw
  • grootschalig en centraal

Uitgangspunt voor roosteren

Het uitgangspunt voor het roosteren beschrijft de schaal waarop de onderwijsinstelling wenst te roosteren (met welke eenheden en/of wat het startpunt is voor het roosterproces). De volgende punten zijn gedefinieerd:

  • roosteren op basis van beschikbare capaciteit,
  • roosteren door middel van prognose van de vraag,
  • roosteren door het groeperen van leervragen,
  • het roosteren van individuele leervragen (en bijbehorend individueel leeraanbod)

Gebruik onderwijscatalogus

Het gebruik van de onderwijscatalogus geeft aan waarvoor de onderwijsinstelling de onderwijscatalogus wil gebruiken. Dit geeft aan in welke mate het onderwijsaanbod moet worden uitgewerkt in de onderwijscatalogus. De volgende vier punten zijn gedefinieerd:

  • de onderwijscatalogus wordt alleen gebruikt voor summatieve producten,
  • de onderwijscatalogus wordt gebruikt om in grotere eenheden het onderwijsaanbod te kunnen roosteren,
  • de onderwijscatalogus biedt naast het in (grote) brokken roosteren van het onderwijsaanbod ook de mogelijkheid om vrije ruimte mee te kunnen nemen (later in te vullen door een individuele student of een groep studenten)
  • de onderwijscatalogus wordt gebruikt om de kleinste eenheden te definiëren (tot op elk gewenst detailniveau).

Flexibiliteit middeleninzet

Deze schaal geeft aan op welke manier de onderwijsinstelling de middeleninzet in het logistieke proces wil flexibiliseren. De volgende punten zijn gedefinieerd:

  • de middelen zijn voorbestemd (een les is gekoppeld aan een docent en een klas bijvoorbeeld)
  • er is flexibele inzet van de middelen gewenst (lokalen en andere middelen kunnen flexibel worden ingezet en zijn niet per definitie gekoppeld aan lessen of onderwijsproducten)
  • er is flexibele inzet van de docenten gewenst (docenten zijn niet gekoppeld aan onderwijsproducten, maar kunnen als variabele worden meegenomen in het roosterproces)
  • de middelen en docenten zijn vrij inzetbaar waardoor er in het roosterproces optimaal ruimte is voor het flexibel inzetten van de middelen/docenten.

De vier scenario's

Hieronder worden de vier scenario's gepresenteerd met daaronder een verwijzing naar de toelichting van het samenstel van keuzes per scenario en een uitgebreide beschrijving. De scenario's hebben voor de leesbaarheid kleuren meegekregen. Alle kleuren.jpg