TripleA:Scenario Blauw
Dit scenario wordt gekenmerkt door een gestructureerd centraal opgesteld onderwijsaanbod. Het programma ligt grotendeels vast en wordt niet frequent aangepast, alleen als wet en regelgeving of structurele veranderingen in de markt daar om vragen. Het programma wordt periodiek herhaald. Het vaste programma kan gepaard gaan met een efficiënte inzet van docenten en middelen (koppeling van docent, middel en onderwijsproduct). Dat betekent dat er in het organiseren van het onderwijs flexibiliteit nagestreefd wordt (o.a. personeelsbeleid, middelenbeheer etc.); de flexibiliteit zit niet in de keuzemogelijkheden binnen het onderwijsaanbod.
De instelling gaat efficiënt en effectief met de middelen en het personeel om. De omvang van de organisatie (in termen van middelen en personeel) wordt aangepast aan de vraag. Er worden bijvoorbeeld flexibele contracten gesloten met specialistische medewerkers. Alle middelen en personeel zijn gekoppeld aan (delen) van het onderwijsaanbod. Er wordt het liefst met specialisten gewerkt. En gestreefd wordt naar een maximale inzet van de medewerkers op hun specialismen. Een medewerker wordt dus niet ingezet buiten zijn eigen werkterrein en krijgt vaak een deeltijd (uren-) contract.
Veranderingen en vertraging zijn vanuit het oogpunt van efficiency en effectiviteit niet gewenst, dus wordt er veel energie gestoken in de aanmelding/ intake van een deelnemer; gericht op het maken van de goede keuze voor de komende jaren (in termen van beroep/opleiding). Eenmaal na die keuze wordt een maximale inspanning verricht om ervoor te zorgen dat de deelnemer niet van trein valt. Duidelijk is wat de studenten gaan leren, wanneer zij dat doen, wat zij kunnen en wanneer zij beschikbaar komen voor stages en werk. Dat levert ook duidelijkheid op voor het beroepsleven. Een belangrijk kenmerk in de strategie van het blauwe scenario is dat er “gestuurd” kan worden op (te) verwachte(n) output. Het succes van Blauw wordt dan ook afgemeten aan het diploma-resultaat (de benodigde tijd). De strategie van Blauw heeft kenmerken van operational excellence.
De besluiten binnen het blauwe scenario worden centraal genomen en gelden voor een langere periode. Het programma is “heilig” en er wordt een beperkte pragmatische vrijheid toegestaan om dit te realiseren. Samenwerken gebeurt met name rond het vaststellen van het programma. Daarna doet iedere specialist “zijn/haar ding”. Er is sprake van een formele relatie tussen de deelnemer en de onderwijsinstelling. Er wordt een goed programma door de onderwijsinstelling aangeboden aan de student en andersom wordt de juiste houding van de student verwacht.
De medewerkers kenmerken zich door een professionele inzet op hun vakgebied en andersom biedt de cultuur de mogelijkheden om in het vakgebied uit te blinken en verder te ontwikkelen. De begeleiding sluit aan bij de cultuur en de werkwijze van het toekomstige beroep dat de deelnemer nastreeft/leert. In de cultuur is er relatief veel ruimte en aandacht aan het begin van de opleiding voor het vinden van de juiste opleiding voor de deelnemer. Na de initiële keuze voor de opleiding worden veranderingen in opleidingskeuze, in deze cultuur, niet op prijs gesteld. Bovendien wordt er niet op hypes ingespeeld.